Teken-encefalitisvirus in Nederland

Recent is teken-encefalitisvirus ('Tickborne-encephalitis Virus', TBEV) aangetoond in teken afkomstig uit de Sallandse Heuvelrug. Tevens zijn TBEV-specifieke antistoffen aangetoond in reeën afkomstig uit dit gebied, hetgeen blootstelling aan dit virus suggereert. Er zijn tot op heden geen patiënten met teken-encefalitis ('Tickborne-encephalitis',TBE) bekend die in Nederland geïnfecteerd zijn.

Het RIVM-CIb heeft recent TBEV aangetoond door middel van RT-PCR, in een aantal teken (Ixodes ricinus) die afkomstig waren uit de Sallandse Heuvelrug. Aanleiding voor dit onderzoek was het feit dat er op basis van serologisch onderzoek, aanwijzingen waren dat reeën in ditzelfde gebied blootgesteld zijn aan TBEV. Sera van 297 reeën, in 2010 verzameld, zijn recent getest met een TBEV-ELISA. Zes sera werden positief bevonden in de ELISA en geconfirmeerd met behulp van een virusneutralisatietest. Vijf positieve reeënsera waren afkomstig van de Sallandse Heuvelrug en omgeving, de zesde iets zuidelijker in Noord-Gelderland. De aanleiding voor het onderzoek bij reeën zijn bevindingen in België waarbij aanwijzingen zijn gevonden voor TBEV-antistoffen in hond, rund, ree en wild zwijn. Overigens zijn in België vooralsnog geen autochtone ziektegevallen van TBE gemeld.

TBEV en verspreiding in Europa

TBEV is een arbovirus behorend tot de familie van de Flaviviridae, genus Flavivirus. Er zijn 4 subtypes bekend: het Europese subtype (TBE-EU), het Siberische subtype (TBE-SI), het Far Eastern subtype (TBE-FE) en Louping-ill type (hetgeen voornamelijk schapen infecteert). In Europa komt TBEV voor in Noord-, Centraal- en Oost-Europa, zich in het westen uitstrekkend tot Frankrijk (Elzas) en Zwitserland, in het zuiden tot en met Noord-Italië en de Balkan. TBEV is endemisch tot aan Midden–Duitsland, ten westen hiervan komen sporadische casussen voor.

De TBEV-subtypes kunnen door verschillende soorten teken overgedragen worden, waaronder door de in Nederland voorkomende Ixodes ricinus. Voorlopige sequentieanalyse van een deel van het genoom van het in Nederlandse teken gevonden TBEV toont aan dat het tot het TBEV-EU subtype behoort.

Op grond van de huidige vondst van TBEV in Nederlandse teken kan niet beoordeeld worden of er sprake is van recente introductie of van circulatie die al langere tijd gaande is, en in hoeverre het TBEV zich heeft verspreid. Het CIb gaat hiernaar aanvullend onderzoek doen onder teken en reeën.

Er zijn naar schatting jaarlijks enkele tientallen patiënten met (import-)TBE in Nederland. De meeste geteste patiënten hadden een risicoland in hun reisanamnese. Voor zover bekend is bij nog geen enkele patiënt een autochtone besmetting in Nederland vastgesteld.

Teken-encefalitis bij mensen

Mensen kunnen geïnfecteerd raken met TBEV door een beet van een besmette teek. Het beloop na een infectie met dit subtype is voornamelijk subklinisch. Symptomatische infecties verlopen in twee derde tot drie kwart van de gevallen bifasisch: na een incubatietijd van 7 tot 14 dagen volgt er een viremische fase met aspecifieke symptomen als koorts, vermoeidheid, algemene malaise en hoofdpijn. Na een symptoomvrije periode van ongeveer een week volgt de 2e fase van de ziekte met typische symptomen als koorts, hoofdpijn, meningitis en meningo-encefalitis. De mortaliteit bij patiënten met hersen(vlies)ontsteking is ongeveer 1-2%. Ter vergelijking, het TBEV-FE-subtype verloopt monofasisch in 85% van de gevallen en gaat veel vaker gepaard met neurologische aandoeningen en heeft een mortaliteit tot 30%.

Diagnostiek

De diagnostiek voor TBEV is grotendeels gebaseerd op serologische bepalingen omdat patiënten die worden opgenomen in het ziekenhuis zich in het algemeen in de tweede, niet viremische, fase van de ziekte bevinden waardoor moleculaire technieken als PCR niet geschikt zijn. Ontwikkeling van IgG- en IgM-antistoffen vanaf 4-6 dagen na een infectie met TBEV maakt het mogelijk deze antistoffen te detecteren in serum en liquor. In het begin van de tweede fase van de ziekte zijn al TBEV-specifieke IgM-antistoffen aantoonbaar voor de diagnose van een recente TBEV-infectie. Daarnaast worden IgG-antistoffen aangemaakt die jaren aantoonbaar zijn in serologische bepalingen.

Clinici als neurologen, infectiologen en arts-microbiologen wordt gevraagd alert te zijn op TBEV bij patiënten met passend klinisch beeld ook indien zij niet naar bekende risicogebieden in het buitenland zijn geweest. Bij verdenking op een TBEV-infectie kan diagnostiek ingezet worden.

De onderwerppagina tekenencefalitis van het RIVM is geactualiseerd, er zijn actuele vragen en antwoorden toegevoegd.

bron: Labinf@ct RIVM

Openingstijden

ma t/m vr 08.00 - 17.00 uur

za en zo 08.00 - 12.00 uur

Buiten openingstijden telefonisch bereikbaar voor CITO onderzoek, via 0113-234000 (vragen naar dienstdoende arts microbioloog).