Stijging van het aantal seksueel overdraagbare aandoeningen in 2015

De Thermometer seksuele gezondheid meldt dat het aantal mensen dat zich in 2015 voor een soa liet testen bij een Centrum Seksuele Gezondheid met 3% is gedaald tot 136.347 consulten. Het percentage bij wie uiteindelijk een soa wordt aangetoond neemt toe. Bij ruim 17% van de consulten werd een of meer soa gevonden. In 2014 was dat nog 16%.

SOA-consulten bij Centra Seksuele Gezondheid (CSG’s)

In 2015 zijn in totaal 136.347 consulten geregistreerd, een afname van 3% ten opzichte van 2014 (Figuur 1). De afname ten opzichte van vorig jaar was het grootst bij heteroseksuele mannen (-13%), terwijl het aantal MSM consulten wederom is gestegen (+15%). De afname hangt mede samen met de instelling van een financieel plafond aan de regeling aanvullende seksuele gezondheidszorg (ASG) sinds 2015, gevolgd door een strengere triagering op de CSG’s. Een andere verandering ten opzichte van voorgaande jaren is dat jongeren onder de 25 jaar standaard worden getest op chlamydia én gonorroe; syfilis, hiv en hepatitis B alléén op indicatie. Net zoals vorig jaar was ongeveer de helft van de bezoekers jonger dan 25 jaar (52%; 2014: 49%). In 2015 zijn 131.567 consulten uitgevoerd bij 111.252 personen (exclusief man-tot-man consulten (n=4.604), transgenders en consulten waarbij seksuele voorkeur onbekend was (n=176)), waarvan 14% (n=15.972) meer dan één consult had. Dit percentage was het hoogst bij MSM, namelijk 30% (heteroseksuele mannen: 9% en vrouwen: 23%).

400_figuur_1_soa_09052016.jpg

figuur 1; Aantal consulten (linker as) en het SOA vindpercentage (rechter as),
2008-2015

 

300_figuur2_soa_09052016.jpg

Figuur 2; het soa vindpercentage naar risicogroep,
2013-2015

 

 

300_figuur_3_soa_09052016.jpg
Figuur 3; Chlamydia: aantal testen (linker as) en
vindpercentage (rechter as), 2008-2015

 

 

300_figuur_4_soa_09052016.jpg
Figuur 4; Gonorroe: aantal testen (linker as) en

vindpercentage (rechter as), 2008-2015

 

  

 

 

300_figuur_5_soa_09052016.jpg

Figuur 5; infectieuze syfilis; aantal testen (linker as) en

vindpercentage (rechter as), 2008-2015

 

 

300_figuur_6_soa_09052016.jpg
Figuur 6; HIV; aantal testen (linker as) en
vindpercentage (rechter as), 2008-2015

SOA

In 2015 werd bij 17,2% van de consulten bij de CSG’s één of meer soa gevonden (2014: 15,5%). Het vind-percentage was hogerbij MSM (20,9%) dan bij vrouwen (15,2%) en heteroseksuele mannen (17,3%; Figuur 1). De stijgende trend bij heteroseksuele mannen en vrouwen zet zich voort. Dit is mogelijk te verklaren door de sterke prioritering van onder andere personen die gewaarschuwd zijn of specifieke soa klachten hebben. Bij MSM blijft het vindpercentage over de jaren stabiel tussen de 19,0% en 21,0%. Het vindpercentage was, net als voorgaande jaren, het hoogst bij personen die gewaarschuwd werden voor een soa (31,0%; Figuur 2) en bij bekend hiv-positieve MSM (33,5%; niet weergegeven). Ook bij laagopgeleiden (21,1%) en personen met klachten (22,8%) bleef het vindpercentage relatief hoog.

 

 

 

Chlamydia

In 2015 zijn 18.585 chlamydia diagnoses gesteld bij de CSG’s, een toename van 5% in vergelijking met 2014, ondanks de daling van het aantal consulten. Het vindpercentage is in 2015 sterker gestegen bij heteroseksuele mannen en vrouwen dan de jaren hiervoor, mogelijk te verklaren door de strengere prioritering (Figuur 3). Het chlamydia vindpercentage in 2015 was 16,1% bij heteroseksuele mannen (in 2014: 13,9%) en 14,2% bij vrouwen (in 2014: 12,9%). Het chlamydia vindpercentage bij MSM ligt al jaren rond de 10% (2015: 10,1%).

 

 

 

 Gonorroe

Het aantal gonorroe diagnoses is gestegen met 17% tot 5.391 diagnoses in 2015. De trend in het gonorroe vindpercentage varieerde de afgelopen 4 jaar: tussen de 1,7% en 2,1% bij heteromannen en tussen de 1,6% en 1,9% bij vrouwen. Het gonorroe vindpercentage bij MSM lag tussen 2008 en 2014 onder de 10%, maar is in 2015 gestegen naar 10,8% (9,5% in 2014; Figuur 4).

 

Gonokokkenresistentie

In 2015 is bij 26% (n=1.420) van de personen met gonorroe de uitslag van een gevoeligheidsbepaling gerapporteerd in het kader van het GRAS project. Dit is een daling ten opzichte van voorgaande jaren, onder andere doordat de resultaten van één regio ontbreken. Er is nog geen resistentie gevonden voor ceftriaxon, het huidige 1e keus middel. Ook is er geen klinisch falen gerapporteerd. De resistentie tegen cefotaxim, een 3e generatie cefalosporine, was in 2015 2% (3% in 2014). Sinds 2013 stijgt het percentage isolaten dat resistent was tegen azitromycine: van 5,8% in 2012 naar 11,0% in 2015.

 

Syfilis

Het aantal diagnoses van infectieuze syfilis is in 2015 gestegen met 27% tot 942, voornamelijk door een stijging in het aantal diagnoses bij MSM (+30%). Het aantal syfilis­testen bij heteroseksuele mannen en vrouwen is sterk afgenomen (-44% ten opzichte van 2014; Figuur 5). Deze daling is te verklaren doordat jongeren onder de 25 alleen op syfilis worden getest indien geïndiceerd; 90% van de consulten waarbij syfilis niet is getest betrof jongeren onder de 25 jaar. De vindpercentages bij vrouwen en heteroseksuele mannen blijven laag op ≤0,1%. Na een jarenlange dalende trend in het syfilis vindpercentage bij MSM, is het vindpercentage weer toegenomen van 2,0% in 2011 naar 2,6% 2015. Dit komt voornamelijk door een sterker stijgende trend in het vindpercentage bij bekend hiv-positieve MSM van 4,5% in 2011 naar 8,0% in 2015 (niet weergegeven).

 

 

HIV

In 2015 zijn 288 nieuwe hiv-diagnoses gesteld, een daling van 11% ten opzichte van 2014. Het vindpercentage bij heteroseksuele mannen en bij vrouwen blijft zeer laag: respectievelijk 0,05% en 0,06% (Figuur 6). Het aantal hivtesten bij heteromannen en vrouwen is sterk afgenomen (-44% ten opzichte van 2014). Ook deze daling is te verklaren doordat jongeren onder de 25 alleen op hiv worden getest indien geïndiceerd. Negentig procent (n=260) van alle hiv-diagnoses werd bij MSM vastgesteld.

 

 

  

Seksueel gedrag

In 2015 werd in 59% van de CSG consulten door heteroseksuele mannen, 77% van de consulten door MSM en 41% van de consulten door vrouwen drie of meer verschillende seksuele partners in de afgelopen 6 maanden gerapporteerd. Deze percentages zijn gelijk gebleven ten opzichte van 2014. Van alle consulten door heteroseksuele mannen en vrouwen bij wie het meest recente sekscontact een losse partner was, gebruikten respectievelijk 70% en 71% geen condoom. Dit percentage is stabiel over de jaren. Bij MSM nam dit percentage af van 66% in 2012 naar 50% in 2015.

bron: Thermometer seksuele gezondheid, RIVM

Openingstijden

ma t/m vr 08.00 - 17.00 uur

za en zo 08.00 - 12.00 uur

Buiten openingstijden telefonisch bereikbaar voor CITO onderzoek, via 0113-234000 (vragen naar dienstdoende arts microbioloog).