Stijging van het aantal seksueel overdraagbare aandoeningen in 2014

Het aantal mensen dat zich bij een Centrum Seksuele Gezondheid (CSG) heeft laten testen op een seksueel overdraagbare aandoening (soa) blijft stijgen.

Tabel 1; aantal consultaties per geslacht en seksuele voorkeur, 2007 - 2014
500_tabel1_soa_06072015.jpg

 

Het percentage bij wie een soa wordt aangetroffen neemt eveneens toe, tot 15,5 procent in 2014. De stijgende lijn is ook te zien bij huisartsen, waar nog steeds de meeste soa-consulten worden verricht. Net als in voorgaande jaren is chlamydia de meest voorkomende soa.

De CSG bieden hoog-risicogroepen de mogelijkheid om zich gratis te laten testen op soa’s. Daarnaast verstrekken zij medicatie als een soa wordt aangetroffen. In totaal waren er in 2014 141.014 consulten bij de CSG, een stijging van 6 procent ten opzichte van 2013. De meeste soa’s zijn geconstateerd bij personen die voor een soa waren gewaarschuwd door een (voormalige) partner en bij hiv-positieve mannen die seks hebben met mannen (MSM).

Tabel 2; aantal consultaties per leeftijdscategorie, geslacht en seksuele voorkeur in 2014
500_tabel2_soa_06072015.jpg

 

Chlamydia

In 2014 had 12,6 procent van de CSG-bezoekers een chlamydia-infectie (17.753 diagnoses); een stijging van 0,8 procent ten opzichte van 2013. De grootste toename was te zien bij heteroseksuele mannen (van 12,8 procent in 2013 naar 13,9 procent in 2014). Chlamydia wordt nog steeds het meest aangetroffen bij vrouwen en bij heteroseksuele mannen onder de 25 jaar (15,6 procent had chlamydia). Bij MSM blijft het percentage chlamydia al jaren stabiel, rond de 10 procent.

Gonorroe

Sinds 2012 is het percentage CSG-bezoekers met gonorroe stabiel. Het bedroeg 3,6 procent in 2014 met in totaal 4.594 diagnoses. Gonorroe komt ruim vier keer zo vaak voor bij MSM als bij vrouwen en heteroseksuele mannen. In diverse Europese landen is gonorroe waargenomen die resistent is tegen de voorgeschreven antibiotica. In Nederland is deze resistentie nog niet aangetroffen. Het blijft van belang dit nauwkeurig in de gaten te houden.

Syfilis

Syfilis werd bij de CSG vooral vastgesteld bij MSM (93 procent van de 742 syfilis-diagnoses in 2014). Het percentage MSM met een syfilis-infectie steeg van 2,0 procent in 2013 naar 2,3 procent in 2014. De stijging was het grootst bij HIV-positieve MSM: van 5,8 procent in 2013 naar 6,6 procent in 2014. Van alle MSM met syfilis wist 41 procent dat ze HIV hadden.

HIV

Het aantal nieuwe HIV-diagnoses bij de CSG is in 2014 met 9 procent gedaald (323 versus 358 in 2013), waarvan bijna 90 procent werd aangetroffen bij MSM. Het percentage nieuwe HIV-diagnoses bij MSM daalde van 3,0 procent in 2008 naar 1,1 procent in 2014. Het aantal nieuwe HIV-diagnoses daalde ook bij de Nederlandse HIV-behandelcentra (van 1.311 in 2008 naar 992 in 2013).  (06.07.2015)

bron: RIVM    

Openingstijden

ma t/m vr 08.00 - 17.00 uur

za en zo 08.00 - 12.00 uur

Buiten openingstijden telefonisch bereikbaar voor CITO onderzoek, via 0113-234000 (vragen naar dienstdoende arts microbioloog).